Citaat | Rechtbank Arnhem 9 februari 2011
Alinea 336 Rechtbank Arnhem 9 februari 2011
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 9 februari 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP3749.
Getuige [getuige7] verklaart dat hij [slachtoffer1] tussen 30 april 2009 en eind juni 2009 op verschillende plaatsen nog heeft gezien, waaronder in een café. Ook de door de raadsman genoemde getuigen [getuige8] (zou [slachtoffer1] op 5 mei 2009 gezien hebben), [getuige9] (zou [slachtoffer1] op 25 juli 2009 gezien hebben), [getuige10] (verklaart op 17 augustus 2009 [slachtoffer1] gezien te hebben) en [getuige11] (zou [slachtoffer1] eind juni, begin juli 2009 gezien hebben) verklaren dat ze [slachtoffer1] na 29 april 2009 nog hebben gezien. Echter deze waarnemingen vallen in het geheel niet te rijmen met het beeld van de persoon [slachtoffer1] zoals hiervoor is weergegeven noch met de vaststaande feiten dat [slachtoffer1] na 29 april 2009 met niemand meer contact op heeft genomen, geen gebruik heeft gemaakt van zijn bankrekeningen en vanaf dat moment niet in het bezit was van zijn portefeuille of een bankpas. Ook de naspeuringen van de politie naar aanleiding van deze getuigenverklaringen hebben geen positief resultaat opgeleverd of een bevestiging van de waarneming. Een vergissing in de herkenning door de getuigen lijkt aannemelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d79adf071ca4ef99f511c4d3e9f819a5402836e6049cbed53ffd6e3abc7cf6f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d79adf071ca4ef99f511c4d3e9f819a5402836e6049cbed53ffd6e3abc7cf6f8, en de alinea staat in dat document op bytes 51592 tot 52755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d79adf071ca4ef99f511c4d3e9f819a5402836e6049cbed53ffd6e3abc7cf6f8 | shasum -a 256