Citaat | Rechtbank Arnhem 9 februari 2011

Alinea 355 Rechtbank Arnhem 9 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 9 februari 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP3749.

Er zijn twee getuigen die over zelfmoord als mogelijke doodsoorzaak verklaren, getuige [getuige6] en getuige [slachtoffer1]. Getuige [getuige6], een collega van [slachtoffer1], heeft verklaard: ‘Ongeveer 1 of 1,5 week voor de vermissing vertelde [slachtoffer1] over ongevallen en gebeurtenissen. We spraken daarover. [slachtoffer1] had het over ongevallen en toen zei hij: ‘ik rijd met de auto het water in of ik ga van de brug springen.’ Ik zei nog tegen [slachtoffer1]: wat is dat nou voor flauwekul. [slachtoffer1] zei: ik doe het echt (…) ik heb hem er daarna niet meer over gehoord. We hadden het wel vaker over ongelukken, zoals het voor de trein springen en zo (…) We hadden het dan over wat zo iemand dan zou denken. [slachtoffer1] heeft het nooit gehad over dat hij zich zelf iets aan zou doen (…) De dagen ervoor heb ik niet gemerkt dat hij anders was (…) ’s Morgens voordat [slachtoffer1] weg moest vroeg hij nog of hij staatsloten moest kopen’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d79adf071ca4ef99f511c4d3e9f819a5402836e6049cbed53ffd6e3abc7cf6f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d79adf071ca4ef99f511c4d3e9f819a5402836e6049cbed53ffd6e3abc7cf6f8, en de alinea staat in dat document op bytes 57202 tot 58190.