Citaat | Rechtbank Arnhem 9 februari 2011

Alinea 449 Rechtbank Arnhem 9 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 9 februari 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP3749.

Over een eventueel gebruik van het zwijgrecht van een verdachte voor het bewijs heeft de Hoge Raad bepaald dat ‘weliswaar de omstandigheid dat een verdachte weigert een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet tot het bewijs kan bijdragen, maar dat dat niet meebrengt dat een rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d79adf071ca4ef99f511c4d3e9f819a5402836e6049cbed53ffd6e3abc7cf6f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d79adf071ca4ef99f511c4d3e9f819a5402836e6049cbed53ffd6e3abc7cf6f8, en de alinea staat in dat document op bytes 77584 tot 78278.