Citaat | Rechtbank Arnhem 29 december 2011
Alinea 46 Rechtbank Arnhem 29 december 2011
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 29 december 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BU9647.
4.5. UCCZ betwist dat iedereen waarvan een verklaring is overgelegd aanwezig was bij besprekingen over het vormgeven van de samenwerking van partijen. Volgens UCCZ zijn die besprekingen alleen gevoerd tussen [B] namens UCCZ (ook wel Dekkerswald genoemd) enerzijds en [H] en [I] namens HIN anderzijds. Tegenover dat verweer heeft HIN niet aannemelijk gemaakt dat alle personen waarvan zij een verklaring heeft overgelegd, deelgenomen hebben aan de besprekingen over de samenwerking tussen partijen en dus goed op de hoogte kunnen zijn van hetgeen besproken is. Thans kan daarom niet uitgesloten worden dat uiteindelijk alleen de verklaringen van [B], [H] en [I] van belang zullen kunnen zijn in een bodemprocedure. Zoals uit het hiervoor overwogene volgt, kan in dit kort geding onvoldoende gewicht toekomen aan de verklaring van [B]. Daardoor blijft over de verklaring van [H] en [I], de bestuurders van HIN, van 16 december 2011. Die verklaring heeft echter te gelden als een partijverklaring en kan daarom op zichzelf ook niet van doorslaggevende betekenis zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd1baea279dc0c036b907398190351f671124cf8e772032472fdf23194a62f36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd1baea279dc0c036b907398190351f671124cf8e772032472fdf23194a62f36, en de alinea staat in dat document op bytes 11543 tot 12624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd1baea279dc0c036b907398190351f671124cf8e772032472fdf23194a62f36 | shasum -a 256