Citaat | Rechtbank Arnhem 14 december 2011
Alinea 81 Rechtbank Arnhem 14 december 2011
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 14 december 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BV0508.
2.32. De rechtbank overweegt dat uit de toelichting van Le Roux volgt dat het grotendeels moet gaan om kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Hiervoor is hierboven al een fors bedrag toegekend voor de kosten van PwC. De rechtbank is van oordeel dat dit soort kosten, willen zij voor vergoeding in aanmerking kunnen komen, binnen redelijke grenzen moeten worden gehouden, waarbij ook de proportionaliteit in ogenschouw moet worden genomen. Uiteindelijk blijkt het te gaan om een schade in hoofdsom van nog geen € 600.000,00 (zie hieronder). De kosten van PwC bedragen reeds meer dan een derde van dat bedrag. Daarbovenop komen nog aanzienlijke proceskosten in verschillende procedures, alsmede kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW (incassokosten). Onder deze omstandigheden is het niet redelijk en proportioneel om bij de kosten voor vaststelling van schade en aansprakelijkheid (de kosten van artikel 6:96 lid 2 sub b BW) naast voor de zeer hoge accountantskosten ook nog een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de advocaten voor hun overleg met die accountants.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84c71febad77851786c704dfaaa7f95b82b61b61cf6a2636f615cd5c33ed3856. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84c71febad77851786c704dfaaa7f95b82b61b61cf6a2636f615cd5c33ed3856, en de alinea staat in dat document op bytes 30775 tot 31891.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/84c71febad77851786c704dfaaa7f95b82b61b61cf6a2636f615cd5c33ed3856 | shasum -a 256