Citaat | Rechtbank Arnhem 21 december 2011

Alinea 79 Rechtbank Arnhem 21 december 2011

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 21 december 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BV3673.

4.3. [gedaagde in conventie] heeft zich daartegen verweerd. Volgens hem mag de last niet zo worden uitgelegd als de [eiser in conventie] doen. Hij stelt daartoe dat de last geen duidelijke zin heeft, dat deze zo moet worden uitgelegd dat deze zich richt tegen de natuurlijke personen, zijnde de erfgenamen van [erflater], zodat deze na het overlijden van [betrokken erfgename] is komen te vervallen, dat de [eiser in conventie] geen in rechte te respecteren belang bij naleving van de last hebben nu zij reeds tot overdracht van de eigendom van de woning aan [gedaagde in conventie] tegen inbreng van € 260.000,00 zijn veroordeeld, en dat het beroep op de last onder de omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bovendien stelt hij dat het hof in zijn arrest van 12 mei 2009 reeds impliciet toepassing heeft gegeven aan artikel 4:134 BW, dat de rechter de bevoegdheid geeft de last te wijzigen of op te heffen. Meer subsidiair verzoekt hij de rechtbank bij wijze van verweer met terugwerkende kracht de last op basis van artikel 4:134 BW op te heffen. Verder heeft hij zich beroepen op het gezag van gewijsde van het arrest van 12 mei 2009.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d158a8eefa4c23c5ee49b5cf3c17b64c2a33e381e308695a2be368a3ee847584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d158a8eefa4c23c5ee49b5cf3c17b64c2a33e381e308695a2be368a3ee847584, en de alinea staat in dat document op bytes 23840 tot 25035.