Citaat | Rechtbank Arnhem 21 december 2011

Alinea 84 Rechtbank Arnhem 21 december 2011

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 21 december 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BV3673.

4.7. De [eiser in conventie] hebben nog aangevoerd dat [betrokken erfgename] destijds heeft afgezien van toedeling omdat zij ervan uit ging dat zij de woning niet kon financieren, terwijl dat geheel anders was komen te liggen indien haar duidelijk was geweest dat zij door middel van verkoop de toedeling van de woning zou kunnen financieren. Dat moge zo zijn, dat neemt niet weg dat zij destijds te kennen heeft gegeven die toedeling niet te verlangen. Dat [betrokken erfgename] in de veronderstelling verkeerde dat voorwaardelijke doorverkoop niet mogelijk zou zijn, doet op zichzelf voor de uitleg van de testamentaire last niet ter zake. Bovendien staat op grond van de stellingen van de partijen vast dat het belang van [betrokken erfgename] er destijds in was gelegen in de woning te kunnen blijven wonen. Het is gesteld noch gebleken dat een doorverkoop tussen de partijen of in de procedures van destijds aan de orde is geweest. De conclusie is dan ook dat de primaire vorderingen in conventie zullen worden afgewezen, nu deze alle zijn gebaseerd op de stelling dat [gedaagde in conventie] is onterfd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d158a8eefa4c23c5ee49b5cf3c17b64c2a33e381e308695a2be368a3ee847584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d158a8eefa4c23c5ee49b5cf3c17b64c2a33e381e308695a2be368a3ee847584, en de alinea staat in dat document op bytes 29859 tot 30982.