Citaat | Rechtbank Arnhem 21 december 2011

Alinea 91 Rechtbank Arnhem 21 december 2011

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 21 december 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BV3673.

4.12. Daarover wordt als volgt overwogen. Artikel 4:192 BW bepaalt dat een erfgenaam die zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, de nalatenschap daardoor zuiver aanvaardt, tenzij hij zijn keuze reeds eerder heeft gedaan. Op 10 november 2009 is de verklaring van erfrecht opgemaakt, waarbij [erfgenaam van betrokken erfgenaam] de nalatenschap van [betrokken erfgename] beneficiair heeft aanvaard. De vraag is dus of [erfgenaam van betrokken erfgenaam] door de eerdere verhuur en inning van huurpenningen reeds zuiver had aanvaard. Is dat zo, dan ontbeert de latere verklaring van erfrecht rechtsgevolg. De eenmaal stilzwijgend gedane keuze voor zuivere aanvaarding is immers in beginsel onherroepelijk (zie artikel 4:190 lid 4 BW), terwijl de in artikel 4:194 BW beschreven uitzonderingen daarop zich hier niet voordoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d158a8eefa4c23c5ee49b5cf3c17b64c2a33e381e308695a2be368a3ee847584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d158a8eefa4c23c5ee49b5cf3c17b64c2a33e381e308695a2be368a3ee847584, en de alinea staat in dat document op bytes 33929 tot 34816.