Citaat | Rechtbank Arnhem 15 maart 2012
Alinea 52 Rechtbank Arnhem 15 maart 2012
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 15 maart 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BV9118.
Eisers hebben binnen de beroepstermijn van zes weken gronden ingediend. [Eiser I] en de [Eiseres] hebben bij brieven van 17 november 2011 nog aanvullende gronden van beroep ingediend. De rechtbank is van oordeel dat deze aanvullende gronden ondanks het bepaalde in artikel 1.6a van de Chw mogen worden betrokken bij de behandeling van het beroep. De rechtbank komt tot dat oordeel, mede gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) van 23 februari 2011, met LJN: BP5483, omdat, indien in de rechtsmiddelenverwijzing van het bestreden besluit, zoals in dit geval, niet is vermeld dat de Chw van toepassing is, een belanghebbende, nu in de Chw wordt afgeweken van de Awb en uit een oogpunt van kenbaarheid van wettelijke bepalingen, in beginsel niet wordt tegengeworpen dat hij de aanvullende beroepsgronden inbrengt na afloop van de beroepstermijn. Dit is slechts anders indien aannemelijk is dat de belanghebbende anderszins wist of kon weten dat na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen gronden konden worden aangevoerd. Die situatie doet zich hier niet voor omdat pas in een laat stadium van de procedure is onderkend dat de Chw van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa272f7258958c576f057e78478fdbd286fa21b5d53e7e416690111b36ad938a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa272f7258958c576f057e78478fdbd286fa21b5d53e7e416690111b36ad938a, en de alinea staat in dat document op bytes 12146 tot 13385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa272f7258958c576f057e78478fdbd286fa21b5d53e7e416690111b36ad938a | shasum -a 256