Citaat | Rechtbank Arnhem 21 maart 2012

Alinea 65 Rechtbank Arnhem 21 maart 2012

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 21 maart 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW0636.

4.8. Met betrekking tot de vorderingen sub (ii) en (iii) overweegt de rechtbank als volgt. Hierboven is vastgesteld dat Signus niet uiterlijk op de dag van oprichting van de vennootschap heeft voldaan aan haar stortingsplicht. Daarbij heeft Signus ten onrechte in de akte van oprichting laten opnemen dat zij wel aan die verplichting had voldaan, waarbij zij zich heeft bediend van een onjuiste en valse bankverklaring. Dit was zeker onbehoorlijk, en onrechtmatig, maar dit deed Signus als oprichter van de vennootschap en dus nog niet in haar hoedanigheid van bestuurder van de vennootschap, zodat dit gegeven, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet leidt tot bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. De curator lijkt de aansprakelijkstelling van Signus ook te baseren op artikel 2:180 lid 2 BW, maar deze grondslag faalt. De curator heeft geen inzicht gegeven om welke rechtshandelingen tussen de oprichting en de later doorgevoerde kapitaalstorting het zou moeten gaan en de curator heeft ook niet aangegeven waarom hij gerechtigd zou zijn om namens de desbetreffende individuele crediteuren op te treden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dafbb22a4cc1721e415fce59ec0dfc27340a218267b5aaf24b3fda9a822d26bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dafbb22a4cc1721e415fce59ec0dfc27340a218267b5aaf24b3fda9a822d26bb, en de alinea staat in dat document op bytes 19603 tot 20741.