Citaat | Rechtbank Arnhem 18 april 2012
Alinea 48 Rechtbank Arnhem 18 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 18 april 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW5060.
Daaruit valt af te leiden dat [gedaagde] in deze procedure niet de stelling ingang probeert te doen vinden dat op enig moment een houder (huurder, erfpachter) van het perceel de strook grond erbij heeft getrokken met een andere uiterlijk kenbare pretentie dan deze te gaan houden voor de eigenaar en dat dit bezit op hem is overgegaan (hoewel de brief van 12 augustus 2011 anders lijkt te impliceren). In ieder geval moet worden aangenomen dat [gedaagde] zich tegenover de gemeente met betrekking tot de strook grond niet anders heeft gedragen dan met betrekking tot het in erfpacht gegeven perceel, ook al kon de strook grond strikt genomen niet onder de erfpacht vallen. Dat betekent dat [gedaagde] (of een eerdere gebruiker die de feitelijke macht over de strook uitoefende) vóór 1994 de strook grond niet "als eigenaar" in bezit heeft gehad en toen de eigendom daarvan niet langs de weg van artikel 3:105 BW kan hebben verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de1bfcc6c3283d61477b901fe5bdb27aca415ba7c57a7c04f28115ecaa149134. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de1bfcc6c3283d61477b901fe5bdb27aca415ba7c57a7c04f28115ecaa149134, en de alinea staat in dat document op bytes 15628 tot 16576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de1bfcc6c3283d61477b901fe5bdb27aca415ba7c57a7c04f28115ecaa149134 | shasum -a 256