Citaat | Rechtbank Arnhem 18 april 2012
Alinea 54 Rechtbank Arnhem 18 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 18 april 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW5060.
4.7 Vereist is dan wel dat toen de revindicatie inderdaad was verjaard. De gemeente tracht dit te voorkomen door ervan uit te gaan dat tussen partijen een stilzwijgend aangegane overeenkomst van bruikleen heeft gegolden, welke geacht moet worden bij brief van 22 april 2011 te zijn opgezegd. Vanaf het einde van de bruikleenverhouding is dan immers eerst sprake van houden zonder recht of titel, zodat eerst vanaf dat moment sprake kan zijn van een rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit van een niet rechthebbende. Deze opvatting is echter niet goed te rijmen met de door de gemeente in dezelfde brief gemaakte opmerking dat voor het gebruik van de strook grond in het verleden geen bruikleenovereenkomst is afgesloten. Zonder feiten die de gestelde bruikleenverhouding inkleuren kan naar het oordeel van de rechtbank (dan ook) niet tot het bestaan van een dergelijke stilzwijgende overeenkomst worden geconcludeerd. Zonder dergelijke feiten is immers slechts sprake van een gefingeerde rechtsfiguur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de1bfcc6c3283d61477b901fe5bdb27aca415ba7c57a7c04f28115ecaa149134. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de1bfcc6c3283d61477b901fe5bdb27aca415ba7c57a7c04f28115ecaa149134, en de alinea staat in dat document op bytes 19783 tot 20816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de1bfcc6c3283d61477b901fe5bdb27aca415ba7c57a7c04f28115ecaa149134 | shasum -a 256