Citaat | Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012

Alinea 77 Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX7024.

4.7. Nu verwijt de curator [gedaagde] dat hij tijdens de voorlopige surseance geen melding heeft gemaakt van het bij BOA Beheer geparkeerde geld. De curator stelt dat door die overmakingen naar de rekening van BOA Beheer de bankrekening van de vennootschap een debetstand vertoonde en dat hierdoor de situatie is gecreëerd dat de vennootschap niet meer aan haar verplichtingen kon voldoen en dat daardoor de bewindvoerder, achteraf bezien op onterechte gronden, aan de rechtbank heeft verzocht om de surseance om te zetten in faillissement. De curator stelt dat, indien de transactie zou zijn teruggedraaid, de vennootschap nog aan haar verplichtingen had kunnen voldoen, althans in ieder geval voor een zekere tijd, en dat dan op dat moment niet de situatie had bestaan van te hebben opgehouden te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd1bdc1951da5fab51133e5dcb3075760b79c2a273e0f1fe6e6e547a2ac1cbb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd1bdc1951da5fab51133e5dcb3075760b79c2a273e0f1fe6e6e547a2ac1cbb4, en de alinea staat in dat document op bytes 20665 tot 21487.