Citaat | Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012
Alinea 78 Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012
Een alinea uit Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX7024.
4.8. [gedaagde] stelt hiertegenover dat al tijdens de eerste bespreking met de bewindvoerder in het bijzijn van zijn beide zoons en zijn advocaat uitdrukkelijk melding is gemaakt van het bij de holding geparkeerde creditgeld. [gedaagde] stelt in zijn conclusie van antwoord ook dat hij direct nadat de surseance voorlopig was verleend, de kort voordien ontstane debetstand van de vennootschap ermee heeft aangevuld zodat de bank niets meer te vorderen had en dat hij het restant op eerste verzoek heeft betaald aan de curator (naar de rechtbank dus aanneemt: tijdens het faillissement) op diens boedelrekening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd1bdc1951da5fab51133e5dcb3075760b79c2a273e0f1fe6e6e547a2ac1cbb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd1bdc1951da5fab51133e5dcb3075760b79c2a273e0f1fe6e6e547a2ac1cbb4, en de alinea staat in dat document op bytes 21507 tot 22130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd1bdc1951da5fab51133e5dcb3075760b79c2a273e0f1fe6e6e547a2ac1cbb4 | shasum -a 256