Citaat | Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012

Alinea 82 Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012

Een alinea uit Rechtbank Arnhem 29 augustus 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX7024.

4.11. Die dadelijke terugstorting was noodzakelijk en urgent, reeds vanwege het niet weersproken feit dat de bankrekening van de vennootschap een debetstand vertoonde (en de kredietruimte was verbruikt), terwijl er lopende verplichtingen waren, waaronder boedelverplichtingen. In het bijzonder waren er loonverplichtingen jegens de werknemers. Elders in zijn conclusies verwijt [gedaagde] de curator dat hij onderhanden werk heeft laten liggen en niet heeft aangestuurd op een doorstart, waarvoor volgens [gedaagde] een of meer gegadigden waren. Het is ook gebruikelijk dat tijdens een surseance nog onderhanden werk wordt afgemaakt, afhankelijk van de stand daarvan. Voor het afmaken van onderhanden werk echter, moet doorgaans een beroep worden gedaan op de werknemers en van deze werknemers waren in dit geval de salarissen over de voorafgaande maand al niet betaald. De rechtbank acht het onaannemelijk dat (al) die werknemers zonder betaling bereid zouden zijn geweest om nog werkzaamheden te verrichten tijdens de (voorlopige) surseance. Daarvoor waren geen gelden beschikbaar, althans niet in de kas en op de rekening van de vennootschap, terwijl vrijwel uitgesloten kan worden geacht dat het UWV tijdens de (voorlopige) surseance de loonverplichtingen zou hebben overgenomen indien (i) door het personeel zou zijn doorgewerkt en (ii) bekend zou zijn geweest dat de vennootschap helemaal niet in betalingsonmacht verkeerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd1bdc1951da5fab51133e5dcb3075760b79c2a273e0f1fe6e6e547a2ac1cbb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd1bdc1951da5fab51133e5dcb3075760b79c2a273e0f1fe6e6e547a2ac1cbb4, en de alinea staat in dat document op bytes 24875 tot 26318.