Citaat | Rechtbank Assen 9 maart 2007

Alinea 113 Rechtbank Assen 9 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank Assen 9 maart 2007, ECLI:NL:RBASS:2007:BA1114.

Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 3 van de wet BIBOB is, om te kunnen vaststellen dat er ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning (mede) zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, vereist dat er concrete indicaties dienen te zijn gevonden voor betrokkenheid bij strafbare feiten. Als voorbeelden van dergelijke indicaties noemt de wetgever transacties en opsporings- en vervolgingsacties. Nadrukkelijk dient aandacht te worden besteed aan de ernst van het vermoeden. In dat kader dient bijvoorbeeld een transactie zwaarder te worden gewogen dan het gegeven dat een opsporingsactie in gang is gezet. Ten slotte dient er een duidelijk verband te bestaan tussen enerzijds de te verlenen dan wel de verleende vergunning en anderzijds het strafbare feit (Memorie van Toelichting, pagina 61-62).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2356f095aef9c0ba9ac6e18608c4b6f169b83da2d06764dd70e3eb826847bbf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2356f095aef9c0ba9ac6e18608c4b6f169b83da2d06764dd70e3eb826847bbf2, en de alinea staat in dat document op bytes 36769 tot 37617.