Citaat | Rechtbank Assen 26 juni 2007
Alinea 51 Rechtbank Assen 26 juni 2007
Een alinea uit Rechtbank Assen 26 juni 2007, ECLI:NL:RBASS:2007:BA8194.
De Advocaat Generaal stelde in zijn conclusie dat "het betasten (...), ongeacht of de verdachte daarmee seksuele bedoelingen had, in strijd is met de heersende sociaal-ethische opvattingen en mitsdien ontuchtig was". Deze expliciete stelling van de Advocaat Generaal is door de Hoge Raad niet overgenomen. De Hoge Raad overwoog dat het Hof nader had behoren te motiveren waarom het van oordeel was dat de vraag of de handelingen die verdachte heeft gepleegd ontuchtige handelingen zijn, bevestigend diende te worden beantwoord. De rechtbank leest in deze overweging dat de uiterlijke verschijningsvorm van de handelingen niet een opzichzelfstaand bewijs van ontucht kan opleveren, maar dat daarbij de bedoelingen van de verdachte dienen te worden betrokken en dat betwisting van het ontuchtige karakter van die bedoelingen nadere motivering behoeft (zie ook vonnis rechtbank Leeuwarden d.d. 3 mei 2007; LJN BA6515).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32d7980d6a2bdee2306e9a547a7e7174a66890380cb21155479b5f45b3903304. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32d7980d6a2bdee2306e9a547a7e7174a66890380cb21155479b5f45b3903304, en de alinea staat in dat document op bytes 14950 tot 15878.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32d7980d6a2bdee2306e9a547a7e7174a66890380cb21155479b5f45b3903304 | shasum -a 256