Citaat | Rechtbank Breda 21 november 2011

Alinea 28 Rechtbank Breda 21 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Breda 21 november 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BU7828.

De officier van justitie heeft gesteld dat op de dag van de doorzoeking bleek dat het afsplitsen van de relevante gegevens feitelijk onmogelijk was en dat het, gelet op de omvang van het aantal hits op de zoektermen “[naam]” en “[naam]”, meerdere dagen gekost zou hebben om de gegevens af te splitsen en dat het zoeken op meerdere dagen ook niet in het belang van klaagster zou zijn geweest. De officier van justitie heeft ook gesteld dat zij tijdens de doorzoeking afspraken heeft gemaakt met medewerkers van [klaagster] over hoe om te gaan met geheimhouderstukken. De officier van justitie heeft op een later moment deze afspraken schriftelijk vastgelegd, kortgezegd inhoudend dat klaagster een overzicht aanlevert van de mappen en bestanden die de FIOD niet mag inzien en dat klaagster een lijst aanlevert met zoektermen, waarmee geheimhoudercorrespondentie herkend en geëlimineerd kan worden, opdat deze door een medewerker geheimhouding van de FIOD worden bekeken en indien deze niet van belang zijn voor het onderzoek, zullen worden gewist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56cf74b0b267a947846a278d7a866b2122cee978a9b9c163255ae990b84b571f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56cf74b0b267a947846a278d7a866b2122cee978a9b9c163255ae990b84b571f, en de alinea staat in dat document op bytes 16000 tot 17072.