Citaat | Rechtbank Breda 25 mei 2011

Alinea 52 Rechtbank Breda 25 mei 2011

Een alinea uit Rechtbank Breda 25 mei 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BV0366.

2.11.4. Naar het oordeel van de rechtbank is de door de Belgische gemeenten geheven aanvullende belasting, direct dan wel indirect, aan te merken als een belasting naar het inkomen. Het is immers een belasting die wordt berekend over de verschuldigde belasting indien de inkomsten in België belastbaar zouden zijn (artikel 468 van het WIB 1992). Er is derhalve een rechtstreeks verband tussen de hoogte van het inkomen en de hoogte van de aanvullende heffing. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en tot voorkoming van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen tussen Nederland en België van 5 juni 2001 (hierna: het Verdrag), waarin uitdrukkelijk is vastgelegd dat het Verdrag geldt voor de Belgische personenbelasting, met inbegrip van, onder meer, de aanvullende belastingen op de personenbelasting. Dat het Hof van Beroep te Antwerpen (26 mei 2009, 2007/AR/2991) dienaangaande een andere opvatting huldigt, zoals de inspecteur aanvoert, doet aan het vorenstaande niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddd9491bc1f56b6c27d948e5a3e223ef138428cdeffe862241f3474edbd6e7ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddd9491bc1f56b6c27d948e5a3e223ef138428cdeffe862241f3474edbd6e7ef, en de alinea staat in dat document op bytes 14456 tot 15548.