Citaat | Rechtbank Breda 8 oktober 2012

Alinea 46 Rechtbank Breda 8 oktober 2012

Een alinea uit Rechtbank Breda 8 oktober 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2906.

In de door eiser genoemde uitspraak van 30 mei 2012 heeft de AbRS overwogen: “hoewel de betreffende overeenkomst niet is gedagtekend en derhalve niet als bewijs kan dienen dat de kinderopvang naar gesteld vanaf 1 april 2008 geschiedde op basis van een schriftelijke overeenkomst, was dit wel het geval vanaf de datum van inbeslagneming later in 2008 van het gastouderbureau”. Gelet op het ter zitting overgelegde faxvoorblad en de faxbevestiging en eisers verklaring ter zitting acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat eiser op 7 juli 2008 zijn eigen overeenkomst naar verweerder heeft gefaxt. Echter, hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat op die datum in de administratie van het gastouderbureau een overeenkomst aanwezig was. In die zin gaat de vergelijking met de uitspraak van 30 mei 2012 mank. Het subsidiaire standpunt van eiser slaagt daarom ook niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9f73dc2b17673c59fcf1b3ea2ac5584b8cfd17cc0c152bf17572e466b3de74f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9f73dc2b17673c59fcf1b3ea2ac5584b8cfd17cc0c152bf17572e466b3de74f, en de alinea staat in dat document op bytes 16203 tot 17107.