Citaat | Rechtbank Den Haag 18 oktober 2013

Onder 2.2. Rechtbank Den Haag 18 oktober 2013

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:13849.

Daartoe voert [eiser] aan dat het OM blijkens de ‘Aanwijzing executie’ wel degelijk de bevoegdheid toekomt om de tenuitvoerlegging van de aan hem opgelegde vrijheidsstraffen te beëindigen. Volgens [eiser] bestaat voor het OM ook voldoende aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. In dat verband wijst [eiser] op de omstandigheid dat de rechtbank Zutphen ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan artikel 63 jo artikel 10, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr.), op grond van welke bepalingen zij, gelet op de destijds maximaal op te leggen tijdelijke gevangenisstraf van twintig jaren en de reeds door het gerechtshof Den Haag opgelegde gevangenisstraf van zes jaren, slechts had kunnen besluiten tot het opleggen van een tijdelijke gevangenisstraf van veertien jaren dan wel een levenslange gevangenisstraf. Nu de rechtbank Zutphen dit heeft nagelaten, is volgens [eiser] aan hem een gevangenisstraf opgelegd die, voor zover deze de duur van twintig jaren overstijgt, een wettelijke grondslag ontbeert. Executie van een gevangenisstraf die de destijds toegestane maximale duur overschrijdt, levert naar de mening van [eiser] tevens een schending op van de artikelen 5 en 7 van het Europees Verdrag voor Bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), nu bij gebreke van wettelijke basis geen sprake meer is van ‘lawful detention’. Indien het OM hem tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld had willen zien, had het volgens [eiser] de kans daarop vergroot door de mogelijkheid van gelijktijdige behandeling van de strafzaken te benutten. Door dit niet te doen, heeft het OM de rechter in eerste aanleg de mogelijkheid ontnomen een totaaloordeel te vellen en is volgens [eiser] hem de mogelijkheid ontnomen zijn proceshouding aan te passen na een eventuele veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf in eerste aanleg. Volgens [eiser] valt niet uit te sluiten dat hij door dit handelen van het OM in zijn belangen is geschaad. Indien de rechtbank Zutphen hem met een juiste toepassing van artikel 63 Sr. zou hebben veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien jaren, dan zou dat er volgens [eiser] toe hebben geleid dat hij per 13 augustus 2013 aanspraak had kunnen maken op voorwaardelijke c.q. vervroegde invrijheidstelling. Met zijn vordering wordt naar de mening van [eiser] het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet doorkruist nu niet wordt gevraagd het vonnis van de rechtbank Zutphen te vernietigen en de opgelegde straf aan te passen maar slechts om de executie van die straf te staken vanaf moment dat een wettelijke basis daarvoor ontbreekt en deze derhalve evident onrechtmatig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/405af968c8dae42dd3f9f54e22ea3a18a4e537aed9db740925acfb259182202d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 405af968c8dae42dd3f9f54e22ea3a18a4e537aed9db740925acfb259182202d, en de alinea staat in dat document op bytes 11357 tot 14046.