Citaat | Rechtbank Den Haag 18 oktober 2013

Onder 3.6. Rechtbank Den Haag 18 oktober 2013

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:13849.

Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een uitspraak van het EHRM in vorenbedoelde zin. Daarnaast heeft de Staat er terecht op gewezen dat de door [eiser] in het verleden gedane verzoeken tot het verlenen van gratie zijn afgewezen, zodat zich in dit geval geen situatie voordoet waarin de wet een grondslag biedt voor het aannemen van een uitzondering op de executieplicht. Daarmee resteert de stelling van [eiser] dat onverkorte tenuitvoerlegging van de op 8 mei 2011 opgelegde gevangenisstraf leidt tot een schending van de artikelen 5 en 7 van het EVRM. Ook in die stellingname kan [eiser] niet worden gevolgd. Van een schending van deze bepalingen is volgens [eiser] sprake nu hem een zwaardere straf is opgelegd dan destijds wettelijk gezien mogelijk was. De juistheid van die stelling kan niet door de burgerlijke rechter in kort geding worden beoordeeld. Zoals de Staat ter zitting terecht heeft gesteld, had het op de weg van [eiser] gelegen om die stelling in een door hem te entameren procedure in hoger beroep aan de strafrechter voor te leggen. [eiser] heeft daar kennelijk om hem moverende redenen van afgezien. Reeds gelet hierop gaat de door [eiser] gemaakte vergelijking met het onlangs door de Hoge Raad gewezen arrest in de Puttense moordzaak mank aangezien in die zaak immers in de strafrechtelijke procedure wel gebruik was gemaakt van de ter beschikking staande rechtsmiddelen. Bij die stand van zaken moet er in dit kort geding vanuit worden gegaan dat [eiser] destijds op rechtmatige wijze is gedetineerd en dat aan hem destijds een straf is opgelegd die in overeenstemming is met de destijds geldende wettelijke bepalingen. Gelet op het voorgaande, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van bijzondere omstandigheden die het OM zouden moeten nopen tot het stoppen van de executie van het vonnis van de rechtbank Zutphen van 8 mei 2011. De primaire en subsidiaire vordering van [eiser] liggen daarmee voor afwijzing gereed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/405af968c8dae42dd3f9f54e22ea3a18a4e537aed9db740925acfb259182202d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 405af968c8dae42dd3f9f54e22ea3a18a4e537aed9db740925acfb259182202d, en de alinea staat in dat document op bytes 18513 tot 20499.