Citaat | Rechtbank Den Haag 25 juni 2013

Onder 28. Rechtbank Den Haag 25 juni 2013

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 juni 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:7684.

Vanaf de arresten van de Hoge Raad van 26 februari 2010 tot de uitspraak van de rechtbank op 11 juli 2013 is (afgerond) drie jaar en vijf maanden verstreken. Derhalve langer dan de termijn van tweeënhalf jaar die als redelijk kan worden beschouwd voor de onderhavige procedures in bezwaar en beroep tezamen. Daarmee is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van elf maanden. Van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase is geen sprake (geweest), aangezien de behandeling door de rechtbank van de, op 26 november 2012 ontvangen, (pro forma) beroepen niet langer dan acht maanden heeft geduurd. De overschrijding komt derhalve in haar geheel voor rekening van verweerder. Gelet hierop zal de rechtbank verweerder veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.000 (2 x € 500) voor de overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a753e511eb42335d7f2002ca4273424c25bc3cb4daebf09f8ffd763ecc019148. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a753e511eb42335d7f2002ca4273424c25bc3cb4daebf09f8ffd763ecc019148, en de alinea staat in dat document op bytes 27859 tot 28755.