Citaat | Rechtbank Den Haag 25 juli 2013
Onder 3.2. Rechtbank Den Haag 25 juli 2013
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:9096.
Daartoe stellen Eiseressen het volgende. In het Convenant is overeengekomen dat de Concessiehouders hun ‘eeuwigdurend’ recht op exploitatie van een tankstation op de verzorgingsplaatsen opgeven, in ruil voor de opbrengst van de (eerste) veiling van de concessies en voor de toezegging van de Staat dat tot de veiling van de concessies geen andere tankstations langs de Nederlandse rijkswegen zullen worden toegestaan. Als gevolg van het in 2011 gewijzigde beleid is het thans echter ook voor derden mogelijk om een vergunning te verkrijgen voor het plaatsen en exploiteren van een elektrisch oplaadstation op de verzorgingsplaatsen, derhalve van een met de tankstations van de Concessiehouders concurrerend tankstation voor hybride en volledig elektrische motorvoertuigen. Volgens Eiseressen is dit in strijd met de in het Convenant en de in de Bilaterale Overeenkomsten vastgelegde afspraken. Tijdens de onderhandelingen zijn partijen ervan uitgegaan dat alleen de bestaande vergunninghouders het recht zouden hebben om energie voor motorvoertuigen te verkopen, ongeacht de energievorm die geleverd wordt. Eiseressen zijn aanvankelijk betrokken in het overleg over de plaatsing van elektrische oplaadpunten en de Staat heeft in een Richtlijn van 31 januari 2011 vastgelegd dat de elektrische oplaadpunten als aanvullende voorzieningen bij de tankstations zouden worden beschouwd. De Staat heeft dan ook bij Eiseressen het vertrouwen gewekt dat rekening zou worden gehouden met hun belangen en dat slechts de Concessiehouders een aanvraag voor plaatsing konden indienen. Tevens is sprake van schending van het bepaalde in artikel 17 van de Benzinewet, nu – anders dan de Staat heeft betoogd – elektriciteit onder het begrip ‘motorbrandstof’ moet worden geschaard. De Staat weigert ten onrechte de in de Bilaterale Overeenkomsten overeengekomen geschillenregeling te volgen, hetgeen eveneens onrechtmatig is jegens de Concessiehouders. Voorts stellen Eiseressen dat het huurgenot van de Concessiehouders wordt aangetast, nu partijen zijn overeengekomen dat aan Eiseressen geen concurrentie zal worden aangedaan en dat er in ieder geval tot 1 januari 2024 geen nieuwe verkooppunten op de verzorgingsplaatsen zouden komen. Volgens Eiseressen is tevens sprake van ongeoorloofde concurrentiebeperkende staatssteun, nu de Staat van de exploitanten van de oplaadstations geen gebruiksvergoeding vraagt, althans in ieder geval niet tot en met 2015. De Concessiehouders lijden door het handelen van de Staat schade als gevolg van concurrentie en vermindering van de waarde van hun concessies. Eiseressen hebben dan ook belang bij toewijzing van hun vorderingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3808e562b1bfd5aecb0fb85b49a54750c1a67f597232bed8807bb73a8f91bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3808e562b1bfd5aecb0fb85b49a54750c1a67f597232bed8807bb73a8f91bb, en de alinea staat in dat document op bytes 30338 tot 33017.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa3808e562b1bfd5aecb0fb85b49a54750c1a67f597232bed8807bb73a8f91bb | shasum -a 256