Citaat | Rechtbank Den Haag 25 juli 2013
Onder 4.8. Rechtbank Den Haag 25 juli 2013
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:9096.
Met betrekking tot de stelling van Eiseressen dat zij schade hebben geleden of zullen lijden door het handelen van de Staat vanwege onrechtmatige concurrentie of een ontoelaatbare vermindering van de waarde van de concessies overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Eiseressen hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade hebben geleden of zullen lijden vanwege concurrerende activiteiten op de verzorgingsplaatsen, dit nog daargelaten dat het feit dat schade zou worden geleden als zodanig niet kan leiden tot de conclusie dat het handelen van de Staat in strijd met het Convenant of de Benzinewet is. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het potentiële marktaandeel van de oplaadstations slechts bestaat uit hybride of volledig elektrische auto’s en derhalve (vooralsnog) ten opzichte van de totale markt uit een beperkt deel van de markt en dan bovendien uit dat deel van de markt dat in overwegende mate geen gebruik maakt van de fossiele brandstoffen. Naar verwachting zullen de oplaadstations dan ook slechts een geringe invloed hebben op het aantal weggebruikers dat gebruik maakt van de door de Concessiehouders geëxploiteerde tankstations. Voorts heeft de Staat naar voren gebracht dat het de (toekomstige) vergunninghouders – buiten het exploiteren van een elektrisch oplaadstation – niet is toegestaan om bijvoorbeeld een horeca-gelegenheid of een winkeltje te exploiteren, zodat voorshands niet aannemelijk is geworden dat uit dat oogpunt concurrentie te verwachten is. Aan de stelling van Eiseressen dat zij in de toekomst degenen die hun diesel- of benzineauto vervangen door een elektrische auto willen bedienen op hun Locaties en dat het de Concessiehouders vrijwel onmogelijk wordt gemaakt om te concurreren op elektriciteit als de Staat derden toestaat om op de verzorgingsplaatsen laadstations te plaatsen, wordt onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 4.3. is overwogen voorbij gegaan. Dat de concessies minder waard worden door het toelaten van elektrische oplaadstations is – tegenover de gemotiveerde betwisting ervan door de Staat en mede in het licht van het aan de Concessiehouders voorbehouden recht om horeca of een winkeltje te exploiteren – evenmin aannemelijk geworden. De voorzieningenrechter acht het in dit verband opnieuw illustratief dat (vrijwel) geen van Eiseressen zelf initiatief heeft genomen om een snellaadpaal te plaatsen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3808e562b1bfd5aecb0fb85b49a54750c1a67f597232bed8807bb73a8f91bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3808e562b1bfd5aecb0fb85b49a54750c1a67f597232bed8807bb73a8f91bb, en de alinea staat in dat document op bytes 46755 tot 49186.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa3808e562b1bfd5aecb0fb85b49a54750c1a67f597232bed8807bb73a8f91bb | shasum -a 256