Citaat | Rechtbank Den Haag 5 september 2014

Onder 10. Rechtbank Den Haag 5 september 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 september 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11212.

Vast staat dat eisers het inhoudelijke geschil met betrekking tot de onderhavige aanslagen niet hebben voorgelegd aan de rechtbank. In zijn uitspraken op bezwaar is verweerder tegemoetgekomen aan de bezwaren van eisers voor zover die zien op de hoogte van de aanslagen. Hieraan doet niet af dat in beroep de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar nog in het geding is. De toepassing van het aan artikel 6 EVRM ontleende leerstuk gaat om de spanning en frustratie die bij de belastingplichtige is ontstaan door de oplegging van de aanslagen, in het bijzonder de duur van de daartegen gerichte procedures. Aangezien de onderhavige aanslagen in bezwaar zijn vernietigd, daarmede het inhoudelijke geschil als zodanig teneinde is gekomen en het financiële belang hoofdzakelijk aan de procedure is komen te ontvallen, kan een zodanige mate van spanning en frustratie bij eisers in beroep niet langer aanwezig worden geacht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eisers in het licht van de onder 9 vermelde jurisprudentie geen recht hebben op de toekenning van vergoeding van immateriële schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aec6a97eac7e2cb9dbd15bad17005a3995726652f6833981d53ff066218d13d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aec6a97eac7e2cb9dbd15bad17005a3995726652f6833981d53ff066218d13d9, en de alinea staat in dat document op bytes 13930 tot 15045.