Citaat | Rechtbank Den Haag 18 september 2014
Onder 2.3. Rechtbank Den Haag 18 september 2014
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 september 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11541.
Bij de vraag of deze langdurige en voortdurende schending van artikel 3 EVRM met zich meebrengt dat de Staat de verdere executie van de straf moet worden verboden, moet – aldus [eiser] – in aanmerking worden genomen dat aan hem gedurende lange tijd een einddatum (5 december 2009) van zijn detentie in het vooruitzicht is gesteld en dat de straf aan hem is opgelegd in een periode dat levenslang gestraften gemiddeld gezien na achttien jaar in vrijheid gesteld werden door middel van gratie. Door dit handelen van de Staat is de tenuitvoerlegging van de straf na 5 december 2009 eerder als inhumaan te bestempelen dan wanneer een dergelijke handeling niet zou zijn verricht. Nu [eiser] bovendien geen gevaar vormt voor de samenleving is er, in het kader van eventuele belangenafweging, geen beletsel om hem vrij te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/511afb149ad4f3889e3237bdb7f29a3ee1480ef4266349261e4c7115b78a9320. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 511afb149ad4f3889e3237bdb7f29a3ee1480ef4266349261e4c7115b78a9320, en de alinea staat in dat document op bytes 33242 tot 34083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/511afb149ad4f3889e3237bdb7f29a3ee1480ef4266349261e4c7115b78a9320 | shasum -a 256