Citaat | Rechtbank Den Haag 18 september 2014
Onder 3.1. Rechtbank Den Haag 18 september 2014
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 september 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11541.
Nu [eiser] zijn vorderingen (in het bijzonder) grondt op onrechtmatig handelen van de Staat, is in zoverre de bevoegdheid van de civiele rechter – in dit spoedeisende geval de voorzieningenrechter in kort geding – gegeven. [eiser] is ontvankelijk in zijn vorderingen, aangezien voor hem geen andere – met voldoende waarborgen omklede – rechtsgang openstaat om het door hem beoogde doel te bereiken. Dit geldt – anders dan door de Staat bepleit – eveneens voor de vordering ten aanzien van de resocialisatie, nu deze is gebaseerd op verplichtingen van de Staatssecretaris in de gratieprocedure en de stelling dat de Staatssecretaris door de betreffende activiteiten niet aan te bieden onrechtmatig handelt. De voorzieningen die de Penitentiaire Beginselenwet omtrent verlof en het aanbieden van activiteiten bevat, bieden hieromtrent niet de bedoelde met voldoende waarborgen omklede rechtsgang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/511afb149ad4f3889e3237bdb7f29a3ee1480ef4266349261e4c7115b78a9320. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 511afb149ad4f3889e3237bdb7f29a3ee1480ef4266349261e4c7115b78a9320, en de alinea staat in dat document op bytes 35038 tot 35960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/511afb149ad4f3889e3237bdb7f29a3ee1480ef4266349261e4c7115b78a9320 | shasum -a 256