Citaat | Rechtbank Den Haag 5 november 2014

Onder 4.1. Rechtbank Den Haag 5 november 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:13593.

Het meest verstrekkende verweer van de Staat is dat de vordering van [eiser] grotendeels is verjaard. Volgens de Staat is de grondslag van de vordering van [eiser] het nemen van onvoldoende wetgevende en/of toezichthoudende maatregelen door de Staat, dus een onrechtmatige daad. Om die reden is in verband met de verjaring van de vordering van [eiser] de twintigjarige verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing. Nu [eiser] de Staat voor het eerst op 20 februari 2013 aansprakelijk heeft gesteld, is de vordering van [eiser] verjaard voor zover deze betrekking heeft op de periode vóór 20 februari 1993.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01ecf7f2b82c7736673bfc4fbde7583e75e10dd4a00eff2dbef5ae8a2d3d2429. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01ecf7f2b82c7736673bfc4fbde7583e75e10dd4a00eff2dbef5ae8a2d3d2429, en de alinea staat in dat document op bytes 11811 tot 12483.