Citaat | Rechtbank Den Haag 5 november 2014

Alinea 21 Rechtbank Den Haag 5 november 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14064.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat het niet anders kan zijn dan dat eiseres c.q haar gemachtigde hebben beoogd te voorkomen dat verweerster de binnengekomen fax op eenvoudige wijze zou herkennen als een Wob-verzoek. Uit de hiervoor beschreven verhullende wijze waarop het verzoek is opgesteld leidt de rechtbank af dat (de gemachtigde van) eiseres geen ander doel heeft gehad dan dat verweerster een dwangsom zou verbeuren wegens het niet tijdig geven van een beschikking op het verzoek, in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb. Het was eiseres dus niet te doen om het verkrijgen van informatie of om de openbaarmaking daarvan. Dit laatste werd ter zitting nog eens bevestigd, aangezien de gemachtigde behalve ‘het belang van openbaarmaking’ geen enkel ander belang kon noemen dat eiseres op het oog zou hebben bij de openbaarmaking van ‘de 10 meest recente verweerschriften van verweerster’. Eiseres heeft hiermee kennelijk de bevoegdheid tot het indienen van een Wob-verzoek uitgeoefend met een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Dat in de bestuurlijke fase sprake is van misbruik van bevoegdheden door eiseres heeft tot gevolg dat alle daaropvolgende handelingen, waaronder het instellen van beroep bij de rechtbank, delen in dat lot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3dcecba2f0087cf512060425ef96a975a3895cba14ec84e39e0e2a52e05d120. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3dcecba2f0087cf512060425ef96a975a3895cba14ec84e39e0e2a52e05d120, en de alinea staat in dat document op bytes 9808 tot 11105.