Citaat | Rechtbank Den Haag 1 december 2014

Onder 4.2 Rechtbank Den Haag 1 december 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14652.

Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat het klopt dat hij in de chatberichten met de onbekende persoon heeft gesproken over het sterven als martelaar. Verdachte heeft verklaard dat ook als hij als hulpverlener zou komen te overlijden, hij zou sterven als een martelaar. De politie heeft verdachte met betrekking tot dit chatgesprek voorgehouden dat het gaat over de plannen van verdachte om Mujaheed te worden, waarop verdachte zei: “Op dat moment vond ik het rechtvaardig en vond ik daar bewijzen voor”. Verder verklaarde verdachte: “Ik heb niet deelgenomen aan de gewapende strijd. Dat ik, voordat ik wegging anders sprak, dat is misschien zo, maar mijn daden zijn alleen hulpverlening.” en “Mijn punt in die discussie is dat de Jihad daar rechtvaardig is en dat er daarom daar Jihad is.”. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat dit chatgesprek gaat over de gewapende jihad welke hij gerechtvaardigd vond in de strijd tegen Assad en dat hij voor zijn vertrek naar Syrië heeft getwijfeld over deelname daaraan. Verdachte heeft verklaard dat hij het eens is met de oprichting van een Islamitische staat, maar dat hij het niet eens is met de manier waarop dit in Syrië gebeurt. De filmpjes die hij na terugkomst uit Syrië aan anderen stuurden, waren slechts meningen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/735e1349c48f19b50bd081244fcbef9db3a4d243923e31d634c964115d38462a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 735e1349c48f19b50bd081244fcbef9db3a4d243923e31d634c964115d38462a, en de alinea staat in dat document op bytes 36971 tot 38548.