Citaat | Rechtbank Den Haag 1 december 2014

Onder 4.3 Rechtbank Den Haag 1 december 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 1 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14652.

Ten aanzien van de tweede en derde variant heeft het Openbaar Ministerie - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat verdachte de hem tenlastegelegde voorbereidingshandelingen heeft begaan en dat deze zagen op de gewelddadige jihad. Alleen al uit de sms-wisseling tussen verdachte en zijn moeder blijkt dat hij ook daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de gewapende strijd. Het door verdachte aangedragen alternatieve scenario, te weten dat hij in Syrië slechts hulp zou hebben verleend, is niet aannemelijk geworden en dient dan ook te worden verworpen. Door het plegen van de genoemde voorbereidingshandelingen is komen vast te staan dat verdachte het oogmerk had om mensen te doden in de gewapende strijd. Ook is middels deze handelingen voldaan aan het ten laste gelegde in variant 3 (strafbaar gesteld in artikel 134a Sr).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/735e1349c48f19b50bd081244fcbef9db3a4d243923e31d634c964115d38462a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 735e1349c48f19b50bd081244fcbef9db3a4d243923e31d634c964115d38462a, en de alinea staat in dat document op bytes 40468 tot 41339.