Citaat | Rechtbank Den Haag 25 november 2014

Alinea 23 Rechtbank Den Haag 25 november 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14792.

6. In geschil is of de onroerende zaak behoorde tot het vermogen van een door eiser gedreven een onderneming. Eiser stelt dat dit het geval is en heeft daarvoor – kort weergegeven – aangevoerd dat gezien de financiering met vreemd vermogen geen sprake kan zijn van een belegging. Verder was, aldus eiser, veel tijd gemoeid met de verbouwing en de herinrichting van de onroerende zaak om die bedrijfsmatig te kunnen benutten als kantorencentrum en als vestigingsplaats voor de ruimtevaartorganisatie [organisatie], de stichting [stichting], [onderneming Y] en [onderneming X]. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij de onroerende zaak al vanaf 2008 tot zijn ondernemingsvermogen rekende en heeft daarbij gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 1953 waarbij is beslist dat het al dan niet behoren van een vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige. Indien moet worden geoordeeld dat met de exploitatie van de onroerende zaak geen onderneming is gedreven, dan huldigt eiser als subsidiair standpunt dat het verlies moet worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/507a10a45c3684bc30a27848e1aa4f38c0a166925b51a00b2b1c41fa35bf124a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 507a10a45c3684bc30a27848e1aa4f38c0a166925b51a00b2b1c41fa35bf124a, en de alinea staat in dat document op bytes 10499 tot 11662.