Citaat | Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Onder 4.6. Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4113.

De rechtbank is met de Staat van oordeel dat van een motiveringsgebrek geen sprake is. Uit het Uitstroomadvies (onder “Beschikbaar klinisch onderzoek”) en de brief van de minister van 23 november 2012 blijkt dat - in lijn met de in het rapport Pakketbeheer uitgewerkte procedure voor het bepalen van de stand van de wetenschap en praktijk (2.5.) - het besluit is gebaseerd op het beschikbare klinisch onderzoek, waaronder het concreet benoemde onderzoek van Gatoulis e.a. dat Pharmachemie in haar reactie op het concept-Uitstroomadvies had aangedragen. Nu door Pharmachemie voorts niet is geconcretiseerd welk medisch onderzoek de Britse MHRA aan haar onder 3.2.2. genoemde oordeel ten grondslag heeft gelegd en niet is gesteld dat dit onderzoek conclusies bevat over de effectiviteit in de betekenis van toegevoegde waarde ten opzichte van andere beschikbare behandelmogelijkheden, dient ervan uit te worden gegaan dat dit geen relevant onderzoek betreft. Voldoende gemotiveerd is dan ook dat de toegevoegde waarde van de drie geneesmiddelen niet blijkt uit het beschikbaar klinisch onderzoek en dus evenmin uit de stand van de wetenschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 40697 tot 41855.