Citaat | Rechtbank Den Haag 2 april 2014
Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 2 april 2014
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4113.
Dat laatste geldt eveneens voor het geneesmiddel met de dosering 500 gram paracetamol/50 gram codeïne. In het uitstroomadvies is weliswaar een aantal onderzoeken genoemd naar combinaties van doseringen van 650/600 paracetamol en 60 gram codeïne, maar die onderzoeken hebben betrekking op (iets) afwijkende doseringen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn geen feiten en omstandigheden gesteld of gebleken die nopen tot de conclusie dat de minister gelet op deze onderzoeken gehouden was om voor de dosering 500/50 gram zonder meer de effectiviteit in voorbedoelde zin aan te nemen. Dit geldt temeer nu bij het uitstroomadvies niet alleen is gekeken naar de effectiviteit in absolute zin, maar juist ook naar het criterium van de “toegevoegde waarde” in de onder 4.3. weergegeven betekenis. De rechtbank overweegt in dit verband dat, anders dan door Pharmachemie wordt betoogd, in het onderhavige geval in redelijkheid niet van de CFH, het CVZ of van de minister kon worden gevergd om vanwege het ontbreken van klinisch onderzoek naar de effectiviteit van de (ambtshalve) te beoordelen drie geneesmiddelen, een dergelijk klinisch onderzoek te entameren. Het entameren van een dergelijk onderzoek lag namelijk veeleer op de weg van Pharmachemie, zeker na het in 2006 verschijnen van het “rode advies” betreffende de drie geneesmiddelen. Het feit dat de geneesmiddelen al vanaf het moment waarop het gvs is geïntroduceerd op bijlage 1 zijn geplaatst, rechtvaardigt niet het oordeel dat van het CVZ een verdergaand onderzoek kon worden gevergd. De plaatsing van de geneesmiddelen heeft immers automatisch plaatsgevonden zonder enige inhoudelijke beoordeling aan de pakketcriteria. Ook als een inhoudelijke beoordeling destijds wel mogelijk zou zijn geweest, is dat onvoldoende redengevend om de minister bij de procedure tot schrapping met een verdergaand onderzoek te belasten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 41935 tot 43836.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3 | shasum -a 256