Citaat | Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Onder 4.9. Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4113.

Voorts betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat van een motiveringsgebrek geen sprake is dat de minister, in navolging van het CVZ, bij haar beoordeling van de stand van de wetenschap en de praktijk blijkens het Uitstroomadvies mede betekenis heeft toegekend aan algemeen aanvaarde richtlijnen voor een gefaseerde behandeling van pijn (2.7. onder “Overwegingen”). Zoals de Staat onweersproken heeft gesteld, wordt daarmee mede gedoeld op de als productie 1 bij antwoord overgelegde Farmacotherapeutische Richtlijn pijnbestrijding uit 2007 van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Deze motivering is in overeenstemming met de in het rapport Pakketbeheer opgenomen passage dat “ ook richtlijnen die door wetenschappelijke verenigingen namens de beroepsgroep zijn opgesteld, […] als bron kunnen dienen ”. De rechtbank is van oordeel dat de minister ook in redelijkheid tot het besluit over de effectiviteit van het geneesmiddel met 500 mg paracetamol en 50 mg codeïne heeft kunnen komen, vanwege de combinatie van het ontbreken van klinisch onderzoek dat de effectiviteit van deze specifieke combinatie aantoont en de eerder genoemde richtlijn welke titratie - eenvoudig gezegd het leveren van maatwerk in de verhouding tussen paracetamol en codeïne - tot uitgangspunt neemt, met name vanwege het minimaliseren van bijwerkingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 44604 tot 45991.