Citaat | Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Onder 4.10. Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4113.

De rechtbank verwerpt ten slotte de stelling van Pharmachemie dat de minister ten onrechte niet de mate waarin de geneesmiddelen feitelijk in de praktijk worden voorgeschreven bij haar besluitvorming heeft betrokken. Allereerst zijn geen aanknopingspunten gesteld of gebleken op grond waarvan de minister in het onderhavige geval bij gebrek aan medisch wetenschappelijke gegevens met een zo hoog mogelijke bewijskracht genoegen zou hebben moeten nemen met gegevens met bewijskracht van een lager niveau. Hier komt bij dat evenmin aanknopingspunten zijn gesteld of gebleken waaruit blijkt dat het aantal voorschrijvingen in de praktijk in een geval als het onderhavige als “lagere evidence” een factor van betekenis kan en moet zijn in verband met de stand van de wetenschap en de praktijk die in aanmerking moet worden genomen bij de beoordeling van de effectiviteit van een geneesmiddel. Of en in hoeverre de geneesmiddelen in de praktijk worden voorgeschreven, doet derhalve niet ter zake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 46072 tot 47081.