Citaat | Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Onder 4.13. Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4113.

In dit verband stelt Pharmachemie in de eerste plaats dat het CVZ, althans de minister, Phamachemie niet heeft uitgenodigd haar commentaar op het concept-Uitstroomadvies te geven. Daarbij beroept Pharmachemie zich mede op het bepaalde in artikel 41 van het Handvest en dan kennelijk in het bijzonder op het tweede lid onder a. daarvan, waarin het recht van eenieder is opgenomen te worden gehoord voordat jegens hem een voor hem nadelige individuele maatregel wordt genomen. De rechtbank laat in het midden of het zojuist aangehaalde artikellid - evenals het door Pharmachemie in dit verband aangehaalde artikel 4:8 Awb - van toepassing is op de totstandkoming van een algemeen verbindend voorschrift als thans ter beoordeling voorligt. Vaststaat immers dat Pharmachemie commentaar op het concept-Uitstroomadvies heeft gegeven en dat haar standpunten en de door haar aangedragen concreet benoemde medische literatuur, waaronder Gatoulis e.a. (3.2.2.), door de minister zijn meegewogen, getuige de inhoud van zijn brief van 23 november 2012. Voorts staat vast dat onder meer de branchevereniging BOGIN - waarbij Pharmachemie kennelijk is aangesloten - is uitgenodigd commentaar te geven en dat het commentaar van BOGIN bij de besluitvorming is betrokken (vgl. Uitstroomadvies, 2.8. onder “Bestuurlijke consultatie concept uitstroomadvies”). Pharmachemie heeft overigens ook niet gesteld op grond waarvan het CVZ en de minister verplicht zouden (moeten) zijn om bij een beoordeling als de onderhavige niet slechts brancheorganisaties, maar ook steeds alle individueel betrokken registratiehouders, waaronder in dit geval Pharmachemie, om een reactie te vragen. De “Procedure beoordeling extramurale geneesmiddelen” van 1 maart 2011 verplichtte daartoe in elk geval niet. Dat in het kader van een procedure ter beoordeling van extramurale geneesmiddelen de betrokken registratiehouder om commentaar wordt gevraagd, maakt dit niet anders. In die procedure fungeert de registratiehouder als aanvrager. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 48128 tot 50204.