Citaat | Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Onder 4.16. Rechtbank Den Haag 2 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4113.

De rechtbank is met de Staat van oordeel dat de stellingen van Pharmachemie onvoldoende aanknopingspunten bieden voor het oordeel dat sprake is van ontneming van eigendom als bedoeld in artikel 1 EP. De rechtbank slaat bij dat oordeel acht op de jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) waaruit onder meer volgt dat in zaken betreffende intrekking van vergunningen niet de vergunning zelf het aanknopingspunt voor de eigendomsbescherming vormt, maar het met die vergunning uitgeoefende bedrijf (vgl. HR 16 november 2001, ECLI:NL:HR:2001: AD5493, overweging 6.3.1. ev.). Ook in het geval een overheid weigert een persoon te plaatsen op een lijst van personen die gerechtigd zijn een (medisch) beroep uit te oefenen, geldt dat niet de plaatsing op de lijst het aanknopingspunt vormt, maar de door deze persoon uitgeoefende onderneming (vgl. onder meer EHRM 13 maart 2012, 23780/08, nr. 94 (Malik / VK)). In lijn hiermee moet bij de beantwoording van de vraag of het besluit van de minister een 'de facto expropriation ' inhoudt, acht worden geslagen op de effecten van dat besluit op het bedrijf van Pharmachemie in zijn geheel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aea2e92e1e78667c5678ad1db1b8a30d3323e924973f2af057c9ae7db6ed7cc3, en de alinea staat in dat document op bytes 51915 tot 53118.