Citaat | Rechtbank Den Haag 4 juni 2014

Onder 4.4. Rechtbank Den Haag 4 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7407.

Nu de toedracht niet vast staat rust in beginsel op [eiseres] de bewijslast van haar stellingen ter zake. De rechtbank zal echter het door [eiseres] gedane bewijsaanbod als niet ter zake dienend passeren. Daartoe is redengevend dat -ook indien er veronderstellenderwijs van uit zou worden gegaan dat komt vast te staan dat de scheurvorming op enigerlei wijze heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval- naar het oordeel van de rechtbank onder de gegeven omstandigheden geen sprake is van een gebrek aan het fietspad in de zin van artikel 6:174 BW of een onrechtmatige daad van de Gemeente, zoals hierna zal blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3cc91e8b419089c281dd73ec87898b9df573ea2f625df9139feb6eebbfe434. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3cc91e8b419089c281dd73ec87898b9df573ea2f625df9139feb6eebbfe434, en de alinea staat in dat document op bytes 21224 tot 21863.