Citaat | Rechtbank Den Haag 4 juni 2014
Onder 4.8. Rechtbank Den Haag 4 juni 2014
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7407.
Het enkele feit dat het onderhoud periodiek correct is uitgevoerd brengt echter niet met zich dat de Gemeente reeds daarom niet aansprakelijk kan worden gehouden. Bezien dient te worden of zich hier een feitelijke situatie voordeed die alsnog noopte tot tussentijdse maatregelen, waarbij te denken valt aan ad hoc herstel of waarschuwing van weggebruikers. De rechtbank oordeelt echter dat de Gemeente onder de gegeven omstandigheden ook in dit opzicht niets valt te verwijten. Daartoe is allereerst van belang dat gesteld noch gebleken is dat de Gemeente bekend was met mogelijk gevaar en reeds uit dien hoofde actie had behoren te ondernemen. Zo is onweersproken gebleven dat zich ter plaatse nimmer eerder een ongeval heeft voorgedaan, ondanks veelvuldig gebruik van het fietspad. Voorts heeft de Gemeente naar voren gebracht dat zij noch door het publiek noch door haar buitendienstmedewerkers op enig moment is geattendeerd op potentieel gevaarlijke scheurvorming. Voorts neemt de rechtbank als vast staand aan dat de scheurvorming ten tijde van het ongeval visueel dusdanig gering was dat de Gemeente er op mocht vertrouwen dat het fietspad nog steeds geschikt was voor normaal gebruik. Daartoe is met name van belang dat de scheurvorming slechts tot minimaal hoogteverschil tussen de scheurranden heeft geleid, hetgeen door [eiseres] niet gemotiveerd is weersproken en voorts blijkt uit de overgelegde foto’s. Daaraan doet niet af dat [eiseres] de diepte van de scheuren schat op 2 / 2,5 cm (hetgeen overigens door de Gemeente is betwist), nu de diepte van de scheur in dit geval niet relevant is. Uit de overgelegde foto’s valt immers af te leiden dat het hier scheuren betreft met dicht bij elkaar liggende scheurranden. Blijkens de overgelegde CROW informatie wordt de ernst van de scheurvorming met name beoordeeld naar het hoogteverschil tussen de scheurranden, hetgeen ook alleszins begrijpelijk is omdat met name hoogteverschil leidt tot voor fietsers potentieel gevaarlijke oneffenheid. Terecht heeft de Gemeente in dat kader nog naar voren gebracht dat de langsscheur qua breedte in ieder geval veel smaller was dan een fietsband, zodat er evenmin risico van vastraken in de scheur viel te duchten. Voorts heeft de Gemeente er nog op gewezen dat ook [brigadier], als ervaren politieman, in het proces-verbaal te kennen heeft gegeven nauwelijks tot geen hoogte verschil te hebben geconstateerd en ook hij een oorzakelijk verband tussen de scheur en het ongeval onwaarschijnlijk achtte. Onder die omstandigheden behoefde de Gemeente niet bedacht te zijn op potentieel gevaar en kan niet van een gebrekkige opstal worden gesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3cc91e8b419089c281dd73ec87898b9df573ea2f625df9139feb6eebbfe434. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3cc91e8b419089c281dd73ec87898b9df573ea2f625df9139feb6eebbfe434, en de alinea staat in dat document op bytes 25457 tot 28120.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa3cc91e8b419089c281dd73ec87898b9df573ea2f625df9139feb6eebbfe434 | shasum -a 256