Citaat | Rechtbank Den Haag 21 mei 2014

Onder 30. Rechtbank Den Haag 21 mei 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 21 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7956.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat, nu gesteld noch gebleken is dat eiseres in de bezwaarfase heeft verzocht om een proceskostenvergoeding, slechts aanleiding bestaat om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 974 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 487 en een wegingsfactor 1). Voor een hogere proceskostenvergoeding vindt de rechtbank geen aanleiding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd79cae18ba8f8e9e09c9b6c84b64af9f7bf19fecb2539cc09825a683064c5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd79cae18ba8f8e9e09c9b6c84b64af9f7bf19fecb2539cc09825a683064c5d, en de alinea staat in dat document op bytes 30479 tot 31260.