Citaat | Rechtbank Den Haag 27 juni 2014
Onder 12. Rechtbank Den Haag 27 juni 2014
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8346.
Met betrekking tot de schending van de in artikel 19 van de Awir genoemde termijnen overweegt de rechtbank als volgt. Met de definitieve vaststelling van de kindertoeslag op 2 augustus 2013 heeft verweerder de termijn van het eerste lid met 3 jaar en zeven maanden overschreden. Nu verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan het vierde lid is er geen invulling gegeven aan het begrip redelijke termijn. De rechtbank is van oordeel dat de wetgever met het stellen van het voorschrift van het eerste en het vierde lid heeft beoogd aan aanvragers van een toeslag de zekerheid te bieden dat voor de definitieve toekenning een vaste, eventueel nader te bepalen, termijn zal gelden. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of verweerder door het overschrijden van de in het eerste lid genoemde termijn en het negeren van het voorschrift van het vierde lid heeft gehandeld in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d10c5ccd27ff6aa58841511209a04007d3a8d51659b00a16dc1d09681145c52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d10c5ccd27ff6aa58841511209a04007d3a8d51659b00a16dc1d09681145c52, en de alinea staat in dat document op bytes 13917 tot 14880.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d10c5ccd27ff6aa58841511209a04007d3a8d51659b00a16dc1d09681145c52 | shasum -a 256