Citaat | Rechtbank Den Haag 27 juni 2014

Onder 15. Rechtbank Den Haag 27 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8346.

De stelling van verweerder dat eiser zelf beter had moeten controleren of alle gegevens die bij verweerder bekend waren ook juiste gegevens waren, kan de rechtbank niet volgen. Daarbij overweegt zij dat de onderhavige toeslag niet op aanvraag van eiser, doch via de constructie van fictieve aanvragen (artikel 5 en 6 van de Wet op het kindgebonden budget), is verstrekt, in casu met gebruikmaking van het startsignaal van de Sociale Verzekeringsbank. Eiser heeft tijdig de vereiste aangifte IB gedaan en daarmee is het verzamelinkomen vastgesteld. Niet valt in te zien dat eiser gelet op het betrekkelijk geringe verschil, het bedrag van het aangegeven verzamelinkomen nog afzonderlijk aan verweerder had moeten doorgeven, nu er geen sprake was van een aanvraag en voor eiser duidelijk was dat het aangegeven verzamelinkomen binnen de gestelde termijn van artikel 19 van de Awir tot definitieve vaststelling van de toeslag zou leiden. Niet in geschil is dat het inkomensgegeven tijdig ter beschikking van verweerder stond en verweerder vervolgens niet binnen de termijnen van genoemd artikel 19 heeft beslist. Deze termijnoverschrijding kan naar het oordeel van de rechtbank niet aan nalatigheid van eiser worden verweten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d10c5ccd27ff6aa58841511209a04007d3a8d51659b00a16dc1d09681145c52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d10c5ccd27ff6aa58841511209a04007d3a8d51659b00a16dc1d09681145c52, en de alinea staat in dat document op bytes 16824 tot 18059.