Citaat | Rechtbank Den Haag 24 januari 2014

Onder 4.3 Rechtbank Den Haag 24 januari 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 24 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8681.

Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 12 september 2008 (ECLI:NL:RVS:2008:BF1415) blijkt, indien artikel 1(F) Vv op een vreemdeling van toepassing is, daaruit dat de ernst van de aan de vreemdeling tegengeworpen activiteiten door de internationale gemeenschap is onderkend en is vastgelegd in het internationale recht. Nu daarnaast in artikel 17, tweede lid, van richtlijn 2004/83/EG van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft en de inhoud van de verleende bescherming (de Definitierichtlijn), is vastgelegd dat gedragingen als bedoeld in artikel 1(F) Vv leiden tot uitsluiting van subsidiaire bescherming, is sprake van een werkelijke en ernstige bedreiging voor de openbare orde als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Verblijfsrichtlijn. Omdat ten aanzien van eiser de tegenwerping van artikel 1(F) Vv in rechte vaststaat, is de rechtbank van oordeel, gelet op voornoemde Afdelingsuitspraak, dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat vanwege de tegenwerping van artikel 1(F) Vv, in het geval van eiser sprake is van een werkelijke en ernstige bedreiging voor de openbare orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b710d04438058da1d99ed386a015b7f3168b0b8fb7ea9a82df99653c24cf36de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b710d04438058da1d99ed386a015b7f3168b0b8fb7ea9a82df99653c24cf36de, en de alinea staat in dat document op bytes 21086 tot 22411.