Citaat | Rechtbank Den Haag 24 januari 2014

Onder 5.1 Rechtbank Den Haag 24 januari 2014

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 24 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8681.

Verweerder heeft in het verweerschrift verwezen naar de uitspraak de Afdeling van 27 maart 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ8702). Hierin heeft de Afdeling overwogen dat, gezien de uitzonderlijke ernst van marteling en de noodzaak om een ieder daartegen te beschermen, de bedreiging die van deelname aan marteling uitgaat lang tot zeer lang actueel blijft. In de zaak die leidde tot deze Afdelingsuitspraak was voor verweerder onder meer van belang dat de vreemdeling in de periode 1994-1998 als arts (binnen de penitentiaire inrichting in Abu Ghraib in Irak) had deelgenomen aan martelingen en dat hij nadien in Nederland in de gezondsheidszorg werkzaam was. Onder die omstandigheden, waarin de persoonlijke deelname van de vreemdeling als arts aan martelingen zwaar woog, kon verweerder zich op het standpunt stellen dat het gedrag van de vreemdeling nog steeds een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b710d04438058da1d99ed386a015b7f3168b0b8fb7ea9a82df99653c24cf36de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b710d04438058da1d99ed386a015b7f3168b0b8fb7ea9a82df99653c24cf36de, en de alinea staat in dat document op bytes 24487 tot 25468.