Citaat | Rechtbank Den Haag 27 augustus 2015

Onder 3.2 Rechtbank Den Haag 27 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10145.

Aan dit verzoek legt [werkgeefster] ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd –verwijtbaar handelen van [verweerster] , zodanig dat van [werkgeefster] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ter onderbouwing daarvan heeft [werkgeefster] het volgende naar voren gebracht. [verweerster] heeft zich bediend van een valse identiteit en heeft gelogen over haar opleiding en werkervaring om door [werkgeefster] in dienst te worden genomen. [verweerster] heeft [werkgeefster] gedurende het dienstverband in de waan gelaten dat zij beschikte over de voor haar functie vereiste kwalificaties. Pas in mei 2015, naar aanleiding van een brief van [AJ] , is [werkgeefster] hiernaar onderzoek gaan doen en heeft zij de werkelijke gegevens van [verweerster] ontdekt. Het handelen van [verweerster] verhoudt zich niet met goed werknemerschap en levert valsheid in geschrifte op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1951ec3c3774249f3759ca41cd7037ba8fec650dfc255f707680615f9a0a0eb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1951ec3c3774249f3759ca41cd7037ba8fec650dfc255f707680615f9a0a0eb1, en de alinea staat in dat document op bytes 11645 tot 12574.