Citaat | Rechtbank Den Haag 13 oktober 2015

Alinea 28 Rechtbank Den Haag 13 oktober 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 13 oktober 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:11719.

12. De door eiser aangevoerde omstandigheden dat het delict in 2006 is gepleegd, hij zijn straf hiervoor heeft uitgezeten en geen sprake is van recidive vormen, aldus verweerder onder verwijzing naar voormeld wettelijk kader, geen reden om van het uitvaardigen van een inreisverbod af te zien dan wel de duur ervan te bekorten. Eiser heeft bestreden dat deze omstandigheden geen rol kunnen spelen bij het uitvaardigen van een inreisverbod. Verweerder had moeten motiveren waarom eisers veroordeling, alhoewel sprake is van een opiumdelict, nog steeds voldoende grond vormt om een ernstige bedreiging voor de openbare orde als bedoeld in 6.5a, vijfde lid, van het Vb 2000 aan te nemen. Hiertoe heeft eiser verwezen naar de door de Afdeling bij uitspraken van 23 oktober 2013 aan het Hof gestelde prejudiciële vragen en dan in het bijzonder naar de tweede vraag (ECLI:NL:RVS: 2013:1695). Deze vraag luidde als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ada2ca8eb8aa7cf8a6309b946237d89f4c85003f6ba656079afd00760d309e94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ada2ca8eb8aa7cf8a6309b946237d89f4c85003f6ba656079afd00760d309e94, en de alinea staat in dat document op bytes 17307 tot 18235.