Citaat | Rechtbank Den Haag 13 oktober 2015
Alinea 38 Rechtbank Den Haag 13 oktober 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 13 oktober 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:11719.
15. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt eisers verwijzing naar het arrest van het Hof van 11 juni 2015 niet. Niet alleen ziet het arrest van het Hof niet op inreisverboden, maar op terugkeerbesluiten, het openbare ordebegrip van artikel 7 wijkt bovendien in betekenende mate af van dat van artikel 11. Waar bij het opleggen van een terugkeerbesluit een “gevaar voor de openbare orde” volstaat, is bij het uitvaardigen van een inreisverbod een zwaarder criterium van toepassing. Sprake dient te zijn van “een ernstige bedreiging van de openbare orde”. Doordat een inreisverbod een zwaardere inbreuk op de openbare orde vereist dan dat bij een terugkeerbesluit het geval is, kan, naar het oordeel van de rechtbank, niet zonder meer worden gezegd dat gegevens, zoals de aard en de ernst van het strafbare feit en het tijdsverloop sinds dat feit werd gepleegd, bij het opleggen van een terugkeerbesluit eenzelfde rol spelen als bij het uitvaardigen van een inreisverbod. De rechtbank ziet dan ook geen grond voor een analoge toepassing van de antwoorden van het Hof aangaande het openbare ordebegrip van artikel 7 op artikel 11 van de Terugkeerrichtlijn. Daarbij volgt de rechtbank eiser niet in zijn betoog dat verweerder in casu in zijn geheel geen betekenis heeft toegekend aan de door hem naar voren gebrachte omstandigheden. Zoals verweerder terecht heeft gesteld, wordt hetgeen eiser heeft aangevoerd over de aard en de ernst van het strafbare feit op grond van artikel 6.5a, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 in de beoordeling betrokken. Andere redenen op grond waarvan zou moeten worden afgezien van het opleggen van een inreisverbod kunnen over de band van artikel 66a, achtste lid, van de Vw 2000 aan de orde worden gesteld. Voor wat betreft het verkorten van de duur van een inreisverbod biedt verweerders beleid, neergelegd in paragraaf A4/2.3 van de Vc 2000, ruimte voor een beoordeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in hetgeen eiser heeft aangevoerd terecht geen reden gezien om af te zien van het uitvaardigen van een inreisverbod dan wel het verkorten van de duur ervan. De rechtbank vermag daarbij niet in te zien waarom voor eiser een nieuw inreisverbod bovenop de jaren van ongewenstverklaring extra belastend is. De termijn van de ongewenstverklaring is immers, nu niet is gebleken dat eiser het grondgebied van Nederland heeft verlaten sinds hij ongewenst is verklaard, nooit ingegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ada2ca8eb8aa7cf8a6309b946237d89f4c85003f6ba656079afd00760d309e94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ada2ca8eb8aa7cf8a6309b946237d89f4c85003f6ba656079afd00760d309e94, en de alinea staat in dat document op bytes 23900 tot 26363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ada2ca8eb8aa7cf8a6309b946237d89f4c85003f6ba656079afd00760d309e94 | shasum -a 256