Citaat | Rechtbank Den Haag 5 november 2015
Onder 5.2. Rechtbank Den Haag 5 november 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:12713.
In voormelde uitspraak van 8 juli 2015 heeft de Afdeling overwogen dat deze door het Hof geformuleerde grenzen een algemeen kader scheppen waarbinnen verweerder de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid in een concreet geval mag verrichten. De Afdeling heeft in deze uitspraak eveneens overwogen dat verweerder, teneinde de bestuursrechter in staat te stellen de zorgvuldigheid en motivering van besluiten als bedoeld in de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te toetsen in het licht van deze grenzen, inzichtelijk dient maken op welke wijze hij die beoordeling daadwerkelijk in een concrete zaak heeft verricht. Hierbij is volgens de Afdeling met name van belang het soort vragen dat verweerder heeft gesteld en de wijze waarop hij de antwoorden op die vragen onderling heeft gewogen. De Afdeling acht in dit kader van belang dat verweerder niet alleen inzichtelijk maakt wat hij niet doet bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid, maar ook hoe hij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid met inachtneming van artikel 4 van Richtlijn 2004/83/EG wél heeft ingericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d68172e7596e4b0f0d79aa8e77bb96390e12800805a8f4ebb65af1bda44e040d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d68172e7596e4b0f0d79aa8e77bb96390e12800805a8f4ebb65af1bda44e040d, en de alinea staat in dat document op bytes 22526 tot 23717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d68172e7596e4b0f0d79aa8e77bb96390e12800805a8f4ebb65af1bda44e040d | shasum -a 256